Essay
Transgender en seksualiteit
Over wat een transitie doet met het seksleven wordt in stelligheden gesproken. Wie de literatuur naast elkaar legt, vindt geen helder antwoord maar een waaier van uitkomsten.
Over wat een transitie doet met het seksleven wordt in stelligheden gesproken. De ene kant verzekert dat alles beter wordt, de andere dat alles kapot gaat. Wie de literatuur naast elkaar legt, vindt geen helder antwoord maar een waaier van uitkomsten — en dat is op zichzelf een gegeven dat ertoe doet.
Door Edward Jansen · 4 juni 2026
Hormonen: het eerste, omkeerbare deel
De medische transitie begint doorgaans met hormonen, en die grijpen vrijwel meteen in op de seksuele beleving. Bij wie oestrogeen en anti-androgenen gebruikt, verandert de aard van opwinding en neemt het libido vaak af; bij wie testosteron neemt, gebeurt veelal het omgekeerde. Een grote longitudinale Europese studie bracht dat verloop in kaart en kwam tot een geruststellende conclusie: de schommelingen in seksueel verlangen na de start van hormoontherapie zijn grotendeels tijdelijk, met scores die zich na verloop van tijd weer rond het uitgangsniveau bewegen.[1]
Dat is het meest hanteerbare deel van het verhaal. Hormoonbehandeling is, anders dan chirurgie, in haar effecten op libido grotendeels omkeerbaar, en de veranderingen zijn niet voor iedereen ingrijpend. Sommige mensen merken sterke verschuivingen, anderen nauwelijks.[2] Dat individuele verschil keert in elk hoofdstuk van dit onderwerp terug.
Chirurgie bij transvrouwen
Bij genitale chirurgie wordt de inzet hoger, want hier is het resultaat blijvend. Voor transvrouwen die een vaginoplastiek ondergaan, is het behoud van het orgasmevermogen het meest onderzochte uitkomstmaat — en juist daar lopen de getallen sterk uiteen. Een systematische review vond percentages die varieerden van 17 tot 100 procent, met een mediaan van bijna 80 procent.[3] Een tweede review van zevenenvijftig studies kwam uit op 76 procent.[4] Afzonderlijke recente studies rapporteren cijfers van rond de 82 procent tot 90 procent binnen een half jaar na de operatie.[5][6]
Een meerderheid behoudt dus het vermogen tot een orgasme. Maar “orgasme mogelijk” is iets anders dan “seksueel functioneren onveranderd”. Wie breder kijkt, vindt een somberder beeld: in een multicenterstudie scoorde tweederde van de seksueel actieve vrouwen onder de drempel die op seksuele disfunctie wijst. In diezelfde studie was meer dan 85 procent seksueel actief en werd het seksleven als rijk omschreven, ondanks die gemengde functionele resultaten.[7] Die twee bevindingen staan niet los van elkaar; ze beschrijven dezelfde groep, en het is aan de lezer om te wegen wat zwaarder telt.
Chirurgie bij transmannen
Bij transmannen hangt veel af van de ingreep. Metoidioplastiek, waarbij een door hormonen vergrote clitoris de basis van een kleine penis vormt, behoudt het oorspronkelijke gevoelige weefsel grotendeels. Het resultaat wordt beschreven als mannelijk ogende genitaliën met behouden opwinding, volledig erogeen gevoel en het vermogen tot erectie, maar zonder mogelijkheid tot penetratieve seks.[8] Tegelijk komt erectiele disfunctie veel voor, en zoeken patiënten hun toevlucht tot medicatie of hulpmiddelen.[9]
Falloplastiek, waarbij een penis wordt opgebouwd uit een huidlap van bijvoorbeeld de onderarm, geeft het meest wisselende beeld, omdat het gevoel afhangt van of de zenuwen succesvol zijn aangesloten en hersteld. Een systematische review vond een brede spreiding: het orgasmevermogen liep uiteen van 50 tot 93 procent bij masturbatie, 58 tot 75 procent bij seks met een partner, en 29 tot 100 procent bij een algemene vraagstelling. Het vermogen tot penetratieve seks varieerde tussen 19 en 100 procent, vaak afhankelijk van een geplaatste erectieprothese.[10]
Wat de cijfers niet zeggen
Die enorme spreidingen zijn zelf het belangrijkste gegeven. Een uitkomst die ergens tussen 29 en 100 procent ligt, is in feite geen voorspelling meer. Dat komt deels doordat de onderzoeksbasis zwak is. Bij de masculiniserende chirurgie kregen in één review alle geïncludeerde studies de laagst mogelijke beoordeling van bewijskracht, door beperkingen in opzet en mogelijke vertekening.[10] Bij de feminiserende kant geldt eenzelfde voorbehoud: de meeste studies hebben kleine aantallen en een observationele opzet, wat causale conclusies uitsluit.[11]
Daar komt een meetprobleem bovenop. De vragenlijsten waarmee seksueel functioneren wordt gemeten, zijn vaak ontworpen voor cisgender vrouwen en bevatten vragen die niet aansluiten op de ervaring van transvrouwen.[12] En een terugkerend gebrek is het ontbreken van metingen vóór de operatie, waardoor niet vast te stellen is of een uitkomst een verbetering of een verslechtering is ten opzichte van de uitgangssituatie.[10]
Wat de literatuur laat zien
Hormonen geven schommelingen in libido die zich meestal binnen enkele jaren stabiliseren rond het uitgangsniveau.
Bij vaginoplastiek behoudt een meerderheid (mediaan rond 80 procent) het orgasmevermogen, maar tweederde scoort op disfunctie-schalen onder de drempel.
Bij falloplastiek lopen de uitkomsten op alle maten zo breed uiteen (29 tot 100 procent) dat de literatuur in feite geen voorspelling meer geeft.
De bewijskracht is laag: kleine cohorten, observationele opzet, instrumenten die niet voor deze groep zijn gemaakt, en zelden een meting vóór de operatie.
Wat overblijft is geen geruststelling en geen veroordeling, maar een eerlijke onbepaaldheid. Seksueel genot blijft na een transitie voor velen mogelijk en verbetert voor sommigen; voor anderen vermindert het, verandert het van karakter, of verdwijnt het. De uitkomst is sterk individueel, de variatie groot, en de literatuur die het zou moeten onderbouwen is op cruciale punten te zwak om garanties te geven — in welke richting dan ook. Wie een keuze van deze omvang overweegt, heeft recht op precies die nuance, en niet op de stelligheid van een van beide kampen.
Bronnen
[1] Defreyne, J. e.a. (2020). Sexual Desire Changes in Transgender Individuals Upon Initiation of Hormone Treatment: Results From the Longitudinal European Network for the Investigation of Gender Incongruence. The Journal of Sexual Medicine.
[2] HRT and Sexual Health: Understanding Libido Shifts in Transition. Trans Vitae (2024).
[3] Geciteerd in: Post-surgical outcomes in transgender women: a prospective analysis of sexual function and health-related quality of life. World Journal of Urology (2025).
[4] Idem (review van 57 studies, 76% orgasme na vaginoplastiek).
[5] Impact of vaginoplasty on sexual health and satisfaction in transgender women. PubMed (2025).
[6] Clitoral sensation and report of orgasm following vulvoplasty and vaginoplasty surgery in transgender women. The Journal of Sexual Medicine (2026).
[7] Duflot, T. e.a. (2025). Function, Satisfaction, and Sexual Activity of Trans Women After Vulvovaginoplasty: Results of a Multicenter Study. Transgender Health.
[8] Djordjevic, M.L. e.a. Metoidioplasty: Surgical Options and Outcomes in 813 Cases.
[9] The Sexual Goals of Metoidioplasty Patients and Their Attitudes Toward Using PDE5 Inhibitors and Intracavernosal Injections as Erectile Aids.
[10] Sexual health outcomes following gender-affirming phalloplasty: a systematic review. The Journal of Sexual Medicine (2025).
[11] Post-surgical outcomes in transgender women: a prospective analysis of sexual function and health-related quality of life. World Journal of Urology (2025).
[12] Fraiman, E. e.a. (2023), besproken in: Sexual Function After Gender Affirming Surgery. Current Obstetrics and Gynecology Reports (2024).