Mag je dit nog zeggen? De ethiek van het zwijgen
Wie kritiek op jeugd-transitiezorg via een aangifte beantwoordt, verschuift een ethische vraag naar het strafrecht. Wat dat doet met het debat.
Een ethisch debat veronderstelt dat tegenspraak mogelijk is. Zodra het uiten van een bezwaar zelf strafbaar dreigt te worden, verdwijnt niet de tegenspraak maar de afweging. Precies dat staat op het spel in de zaak rond een Nederlandse vrouwenrechtenactiviste die door de politie is ontboden nadat zij in een podcast kritiek uitte op medische ingrepen bij minderjarigen.
Een feit, geen scheldwoord
De kern van de bekritiseerde uitspraak — dat in Nederland borstamputaties bij minderjarige meisjes plaatsvinden — is feitelijk juist. Mastectomie bij minderjarigen maakt deel uit van het Nederlandse zorgaanbod. De vraag of het ethisch verdedigbaar is om een gezond lichaam van een kind onomkeerbaar te wijzigen, is een legitieme ethische vraag. Wie die vraag stelt als belediging kwalificeert, verwart de toon met de inhoud.
Het chilling effect als ethisch probleem
Het echte effect van een aangifte zit niet in de afloop maar in de afschrikking. Wie ziet dat een ander voor zulke uitspraken op het politiebureau belandt, denkt twee keer na voordat hij zich uitspreekt. Dat raakt direct aan de botsende rechten die in dit dossier centraal staan: de bescherming van de een mag de stem van de ander niet wegnemen. Een samenleving die kritiek op haar medische praktijk wegduwt naar het strafrecht, ontneemt zichzelf het vermogen om die praktijk te corrigeren — juist de correctie die internationaal, na de Cass Review, op gang kwam.
De beleidsmatige ontleding van deze zaak — en het verband met de conversiewet, die spreken bemoeilijkt terwijl zij ingrijpen vergoedt — staat in de volledige analyse op Genderbeleid.nl: wanneer een uitspraak over jeugdzorg een politiezaak wordt.
Een ethiek die alleen mag worden uitgesproken zolang zij niemand stoort, is geen ethiek maar etiquette. De maat van een vrije samenleving is niet of de meerderheid mag spreken, maar of de criticus dat mag.
Door Edward Jansen