Verdrag

VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989)

VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989), art. 3 en 24.

Het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind uit 1989 is het breedst geratificeerde mensenrechtenverdrag ter wereld. Het legt de rechten vast van iedereen onder de achttien en bindt de aangesloten staten, waaronder Nederland, aan de bescherming en bevordering van die rechten.

Artikel 3 bepaalt dat bij alle maatregelen die kinderen betreffen het belang van het kind de eerste overweging vormt. Dit beginsel verplicht overheden, instellingen en behandelaars om beslissingen niet primair op de wens van het moment of op de voorkeur van volwassenen te baseren, maar op wat aantoonbaar in het belang van het kind is op de korte en de lange termijn.

Artikel 24 erkent het recht van het kind op het hoogst haalbare niveau van gezondheid en op toegang tot gezondheidszorg. Het verplicht staten bovendien om schadelijke praktijken tegen te gaan. In samenhang met artikel 3 stelt het verdrag daarmee de eis dat medische ingrepen bij kinderen berusten op deugdelijke onderbouwing en dat de mogelijke schade zorgvuldig wordt afgewogen tegen de verwachte baten.

Voor het debat over genderzorg bij minderjarigen vormt het verdrag een toetssteen. De vraag of onomkeerbare behandelingen met onzekere baten verenigbaar zijn met het belang van het kind en met het recht op gezondheid, wordt rechtstreeks door deze bepalingen opgeroepen. Critici van het affirmatieve model beroepen zich op artikel 3 en 24 om te betogen dat het belang van het kind voorrang moet hebben boven onmiddellijke bevestiging van de genderwens.

Vindplaats

VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989), art. 3 en 24.