Autisme en genderdysforie

In jeugd-genderklinieken is het percentage adolescenten met autisme een veelvoud van het bevolkingsgemiddelde. Affirmatieve zorg behandelt de gender-uiting; differentiele diagnose vraagt of de uiting iets anders bedekt.

Wat de cijfers zeggen

Volgens de York-review voor de Cass Review had gemiddeld 9 procent van de naar genderklinieken verwezen jongeren autisme, met een spreiding van 0 tot 26 procent tussen studies; sommige onderzoeken suggereren dat transgender en gender-diverse mensen drie tot zes keer vaker autistisch zijn dan anderen (bron). In Amsterdam had in 2010 7,8 procent van 204 aangemelde kinderen en jongeren een autismespectrumstoornis (bron). Strang en collega's (2014) vonden dat ouders van kinderen met autisme of ADHD vaker een wens om van het andere geslacht te zijn rapporteerden (bron). De Cass Review benoemde het patroon nadrukkelijk. Dat is geen kleine afwijking; dat is een patroon dat differentiele diagnose afdwingt.

Waarom dit telt

Autisme komt vaak met intense lichaamsbeleving, rigide identiteitsstructuren, een afkeer van veranderingen, en bovengemiddelde gevoeligheid voor sociale rolverwachtingen. Een autistisch meisje dat zich oncomfortabel voelt in een vrouwelijke rol kan dat duiden als "ik ben geen meisje, dan moet ik een jongen zijn" — binair denken dat past bij autisme, en dat affirmatieve zorg vervolgens als trans-identificatie behandelt. Een psychotherapeut zou eerst onderzoeken wat het oncomfortabele veroorzaakt. Een affirmatief protocol springt naar hormonen.

Wat affirmatieve zorg negeert

In de affirmatieve aanpak (zie De belofte vs. de werkelijkheid) wordt de zelf-geuite identiteit als uitgangspunt genomen. Bij comorbide autisme is dat vaak premature. Wat als de dysforie een uitdrukking is van eetstoornis, traumarespons, lichaamsangst, depressie, of een autistische worsteling met sociale rol? Volgens een toetsingsgroep van NHS England leek de aanpak bij de Britse genderkliniek vanaf binnenkomst overwegend affirmatief en niet-exploratief (bron) (zie Tavistock en de Britse shutdown en Zweedse en Finse koerswijziging).

Wat een goede aanpak zou zijn

Geen ontkenning van wat het kind voelt — maar ook geen sprong naar onomkeerbare medicalisering. Eerst de comorbide klachten in kaart brengen en behandelen. Watchful waiting voor de dysforie. Lichaamswerk, peer-omgeving, sensorische ondersteuning bij autisme. En in vrijwel alle gevallen: tijd. De adolescenten die later detrans-stemmen werden (zie Detrans en spijt) beschrijven hoe ze, achteraf, andere zorg hadden willen hebben.

Wat dit essay beweert

Autisme is in jeugd-genderklinieken oververtegenwoordigd — volgens sommige onderzoeken komt het drie tot zes keer vaker voor.

De cognitieve stijl bij autisme (binair denken, intense lichaamsbeleving, rolworsteling) past bij dysforie-uitingen die niet noodzakelijk transgender-zijn impliceren.

Affirmatieve zorg slaat de differentiele diagnose over die in elke andere medische context vanzelfsprekend is.

Voordat je een traject overweegt

Twijfel je of een transitie echt voor jou is?

De Transgendercheck loopt twijfel, sociale druk, lichaamsbeleving en alternatieven met je door.

Bronnen

Strang, J.F. et al. (2014). Increased Gender Variance in Autism Spectrum Disorders and Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Archives of Sexual Behavior.

Warrier, V. et al. (2020). Elevated rates of autism, other neurodevelopmental and psychiatric diagnoses, and autistic traits in transgender and gender-diverse individuals. Nature Communications.

Cass, H. (2024). Independent Review of Gender Identity Services — Final Report.