Essay

De zware ethische lading van het Dutch Protocol

Een arts mag een protocol pas zonder eigen afweging volgen wanneer dat protocol weinig ethische lading draagt. Smeehuijzen c.s. laten zien waarom dat bij puberteitsremming bij kinderen niet opgaat — en dat verandert wie verantwoordelijk is.

In het Nederlands Juristenblad publiceerden hoogleraar privaatrecht J.L. Smeehuijzen (VU) met J. Smids en C. Hoekstra een juridische analyse onder de titel "Transgenderzorg aan kinderen. Juridische bedenkingen bij het Dutch Protocol (2018)" (NJB 2023/25). Hun centrale stelling is helder: een medisch protocol mag pas leidend zijn voor het handelen van een arts wanneer aan drie voorwaarden is voldaan. Het protocol moet evidence-based zijn, het moet een beperkte medisch-ethische lading hebben, en het moet via een adequaat proces tot stand zijn gekomen. Voldoet een protocol aan geen van deze eisen, dan kan het de arts zijn eigen verantwoordelijkheid niet uit handen nemen.

Dit essay gaat over de tweede eis: de medisch-ethische lading. Want juist daar wreekt zich een denkfout die in de affirmatieve genderzorg diep is ingesleten — de aanname dat het volgen van het protocol een professionele plicht is die de arts ontslaat van een eigen morele afweging. Zie ook hoe dit raakt aan de bredere pediatrisch-ethische standaarden die elders in dit veld vanzelfsprekend zijn.

Wanneer een protocol de afweging mag overnemen

Veel medische protocollen dragen weinig ethische lading. De dosering van een antibioticum, het stappenplan bij een gebroken pols, het schema voor bloeddrukcontrole: hier is de afweging grotendeels technisch. Wat goed is voor de patient valt samen met wat het protocol voorschrijft, en de waarden die in het geding zijn — genezen, pijn verlichten, functie herstellen — zijn onomstreden. In zulke gevallen is het redelijk dat een arts het protocol volgt zonder elke keer de hele morele rekensom opnieuw te maken.

Smeehuijzen c.s. wijzen erop dat deze ruimte verdwijnt naarmate de ethische lading toeneemt. Hoe groter de waardenconflicten die een behandeling oproept, hoe minder een protocol de individuele afweging kan vervangen. Dan blijft de arts zelf de drager van de verantwoordelijkheid, en kan hij zich niet verschuilen achter "zo schrijft het protocol het voor".

Wat puberteitsremming ethisch zo zwaar maakt

Het Dutch Protocol behoort tot de categorie met de zwaarst denkbare ethische lading. Het gaat om gezonde kinderlichamen die met hormonale interventie worden gestuurd, met gevolgen die onomkeerbaar het lichaam raken: blijvende effecten op de vruchtbaarheid, op de botontwikkeling, op de seksuele functie, op de stem. Het kind dat instemt, beslist over een toekomst die het zelf nog niet kan overzien — over een volwassen lichaam, een volwassen seksualiteit en een mogelijk kinderwens die het op die leeftijd niet kan invoelen.

Daar komt bij dat de identiteitsontwikkeling waarop het protocol reageert juist in de adolescentie onstabiel en onvoltooid is — en in toenemende mate cluster-gebonden. De diagnose genderdysforie bij een twaalfjarige zegt iets over het heden, maar het protocol behandelt haar alsof zij een definitieve uitspraak doet over haar hele leven. Wie onomkeerbaar ingrijpt op grond van een nog stollende zelfopvatting, neemt een risico dat zich pas jaren later openbaart — bij de groep die spijt krijgt en de gevolgen niet meer ongedaan kan maken.

Een onomkeerbare ingreep bij een kind, op grond van een nog onvoltooide identiteitsontwikkeling, is precies het type beslissing dat geen protocol voor de arts kan maken.

Toestemming die het gewicht niet kan dragen

In de affirmatieve praktijk fungeert de toestemming van het kind en de ouders vaak als sluitstuk: is die er, dan lijkt de morele kous af. Maar toestemming verlicht de ethische lading niet wanneer degene die toestemt de reikwijdte van het besluit niet kan overzien. Een dertienjarige kan begrijpen dat puberteitsremming haar lichaam verandert; zij kan niet werkelijk bevatten wat onvruchtbaarheid betekent voor een vrouw van vijfendertig, of hoe een seksualiteit voelt die zij nog niet heeft ontwikkeld. De toestemming is formeel aanwezig en materieel hol.

Dat verschuift het gewicht van de afweging terug naar de behandelaar. Niet het kind, maar de arts draagt de morele verantwoordelijkheid voor een ingreep met levenslange gevolgen. En juist die verantwoordelijkheid kan een protocol niet wegnemen: de tweede eis van Smeehuijzen c.s. is hier niet vervuld — en het ontbreken van een degelijke evidence-basis (zie het essay "experimenteren zonder kennis") ondergraaft ook de eerste eis.

Wat dit essay beweert

Een protocol mag de ethische afweging alleen overnemen als het weinig ethische lading draagt. Het Dutch Protocol draagt juist de zwaarste lading.

Onomkeerbare ingrepen bij kinderen, op grond van een onvoltooide identiteitsontwikkeling, vragen om een eigen morele afweging die geen schema kan vervangen.

Toestemming van een minderjarige die de reikwijdte niet kan overzien, verlicht die verantwoordelijkheid niet. Smeehuijzen c.s. (NJB 2023/25) onderbouwen dit juridisch.

Geen ethisch neutraal stappenplan

De winst van de analyse van Smeehuijzen c.s. is dat zij het Dutch Protocol uit de sfeer van het technische haalt. Het is geen ethisch leeg stappenplan dat een arts klakkeloos mag afwerken, zoals een doseringsschema. Het is een reeks beslissingen met de zwaarst denkbare morele inzet, en daarom blijft de arts — niet het protocol, niet de richtlijn, niet de beroepsgroep — persoonlijk verantwoordelijk voor wat hij een kind aandoet. Zie ook hoe deze analyse in de bredere context past van de claim-versus-evidence-discrepantie.

Wie zich beroept op "het protocol schrijft dit voor", verschuilt zich achter een schild dat bij deze ingrepen niet bestaat. De ethische lading is te groot om over te dragen. Dat is geen randopmerking bij de discussie over genderzorg aan kinderen; het is de kern ervan.

Voordat je een traject overweegt

Twijfel je of een transitie echt voor jou is?

De Transgendercheck loopt twijfel, sociale druk, lichaamsbeleving en alternatieven met je door — voor jezelf, een kind, of als omstander.

Bron

J.L. Smeehuijzen, J. Smids & C. Hoekstra, "Transgenderzorg aan kinderen. Juridische bedenkingen bij het Dutch Protocol (2018)", NJB 2023/25 (20 juli 2023).

Auteurspagina: Lodewijk Smeehuijzen, NJB.

Abbruzzese, E. et al. (2023). The Myth of "Reliable Research" in Pediatric Gender Medicine. Journal of Sex & Marital Therapy, 49(6).