Amsterdam Cohort — Wiepjes c.s. en wat de data laten zien

Wiepjes c.s. publiceerden in 2018 een cohortstudie van 6.793 bezoekers van de Amsterdamse genderpoli. Wat ze precies vonden over spijt wordt zelden goed besproken.

De studie

C.M. Wiepjes c.s. publiceerden in Journal of Sexual Medicine 15(4), 2018, "The Amsterdam Cohort of Gender Dysphoria Study (1972-2015)". De studie analyseerde 6793 mensen die tussen 1972 en 2015 de Amsterdamse genderpoli bezochten (bron). Het cijfer over spijt wordt internationaal veel aangehaald. Zie bron op /bronnen/.

Wat het vond

De studie stelde spijt vast bij 0,6 procent van de transvrouwen en 0,3 procent van de transmannen die een gonadectomie hadden ondergaan — vaak aangehaald als bewijs dat detransitie zeldzaam is. Maar de definitie was nauw: als spijt telde alleen wie na verwijdering van eierstokken of testikels weer hormonen van het geboortegeslacht ging gebruiken. Volgens de onderzoekers leidt spijt niet altijd tot een wens om de behandeling terug te draaien en kan hun cijfer een onderschatting zijn (bron). Van de behandelde mensen kwam 36 procent na verloop van jaren niet meer terug bij de kliniek (bron).

Wat het niet vond

Ander onderzoek telt anders: in een Britse kliniek voor volwassenen voldeed 6,9 procent van 175 uitgeschreven cliënten aan de gehanteerde definitie van detransitie (bron). De Amsterdam-cohortstudie is niet onjuist — ze meet alleen iets veel beperkter dan wat publiek wordt gepresenteerd. Voor de bredere detrans-context zie Detrans en spijt.

Veelgestelde vragen

Wat is het spijt-percentage dat de Amsterdam Cohort-studie rapporteerde?

0,6 procent van de transvrouwen en 0,3 procent van de transmannen die een gonadectomie hadden ondergaan. Als spijt telde alleen wie daarna weer hormonen van het geboortegeslacht ging gebruiken; de onderzoekers schrijven dat hun cijfer een onderschatting kan zijn.

Waarom kan het cijfer van Wiepjes een onderschatting zijn?

Omdat spijt niet altijd leidt tot een wens om de behandeling terug te draaien, en omdat 36 procent van de behandelde mensen na verloop van jaren niet meer terugkwam bij de kliniek. Over hen ontbreekt informatie, bijvoorbeeld over spijt of behandeling elders.

Betekent dit dat de Amsterdam Cohort-studie onjuist is?

Nee. De studie meet wat ze zegt te meten. Het probleem zit in hoe dat resultaat publiek wordt gepresenteerd: als een uitspraak over detransitie in het algemeen, terwijl het maar een deel van die groep in beeld brengt.