Studie
Wiepjes e.a. (2018) — Amsterdam Cohort
Wiepjes, C.M. et al. (2018). The Amsterdam Cohort of Gender Dysphoria Study. Journal of Sexual Medicine, 15(4).
De Amsterdam Cohort of Gender Dysphoria Study van Wiepjes en collega's, verschenen in de Journal of Sexual Medicine, analyseerde de dossiers van 6.793 patiënten die tussen 1972 en 2015 de grootste Nederlandse genderkliniek bezochten — goed voor meer dan 95% van de genderdiverse populatie in Nederland. De studie bracht trends in prevalentie, behandeling en spijt in kaart.
De spijtcijfers na gonadectomie (verwijdering van de geslachtsklieren) waren laag: 0,6% van de transvrouwen en 0,3% van de transmannen werd als spijtgeval geïdentificeerd. Deze cijfers worden vaak aangehaald om te betogen dat spijt na transitie zeldzaam is. De auteurs zelf benoemen echter dat door het retrospectieve ontwerp gegevens konden ontbreken.
Daar zit de kern van het probleem: een aanzienlijk deel van de patiënten was lost to follow-up — ze keerden niet meer terug naar de kliniek. Critici wijzen erop dat dit aandeel rond de 36% lag. Wie spijt heeft, juist die persoon zal de transitiekliniek vaak mijden en zich elders melden of helemaal afhaken. Spijt kan alleen worden geteld bij wie terugkomt; de gerapporteerde 0,6% en 0,3% zijn daarmee een ondergrens, geen sluitende meting.
Voor het debat over genderzorg bij minderjarigen is dit van belang omdat juist deze lage spijtcijfers worden gebruikt om medicalisering te rechtvaardigen. Wanneer ruim een derde van de patiënten uit beeld verdwijnt, zegt het cijfer weinig over de werkelijke omvang van spijt. Het cohort illustreert hoe de structurele zwakte van follow-up de bewijsbasis onder de affirmatieve zorg ondermijnt.
Vindplaats
Wiepjes, C.M. et al. (2018). The Amsterdam Cohort of Gender Dysphoria Study. Journal of Sexual Medicine, 15(4).