Vandenbussche 2022 — wat detransitioneerders werkelijk vragen

Het paper dat de behoeften van detransitioners in kaart bracht — een groep die in klinische spijtcijfers grotendeels onzichtbaar blijft.

De studie

Elie Vandenbussche publiceerde in 2022 in Journal of Homosexuality 69(9) "Detransition-Related Needs and Support: A Cross-Sectional Online Survey". De studie bevroeg 237 detransitioneerders — mensen die op enig moment trans-identificeerden, een medisch traject ingingen, en daarna terugkwamen op hun keuze. Zie bron op /bronnen/.

Wat het vond

Volgens de samenvatting meldden de respondenten grote psychologische noden rond genderdysforie, bijkomende aandoeningen, spijt en geïnternaliseerde homofobe en seksistische vooroordelen. Velen hadden medische steun nodig bij het stoppen met of veranderen van hormonen, bij complicaties en bij ingrepen om veranderingen terug te draaien, en wilden andere detransitioners leren kennen. De respondenten meldden een groot gebrek aan steun, met veel negatieve ervaringen in de medische en geestelijke gezondheidszorg en in de LHBT+-gemeenschap (bron). Zie Jonge lesbiennes.

Wat het ondergroef

In de Amsterdamse cohortstudie (Wiepjes 2018) gold als spijt alleen wie na verwijdering van eierstokken of testikels weer hormonen van het geboortegeslacht ging gebruiken, en de onderzoekers schrijven zelf dat hun cijfer een onderschatting kan zijn (bron). De enquête van Vandenbussche meet geen percentage, maar laat een groep zien met zorgbehoeften die in zulke klinische cijfers niet zichtbaar wordt. Voor de Wiepjes-analyse zie Amsterdam Cohort.